Verder naar inhoud
2021.03

Los nummer

2021.03

€15,00

Uitverkocht

Inhoud

  • Joren Vermeersch, Red onze kerken van de ondergang
  • Léon Berben, Jan Pieterszoon Sweelinck herdacht
  • Benoît Mernier, Transcriptie Deuxième Choral van César Frank
  • Bart Wuilmus, Orgels in Neigem en Ninove gerenoveerd
  • Leo van Doeselaar, In memoriam Liuwe Tamminga (67) 
  • Recensies | Berichten |Inhoudsoverzicht internationale orgeltijdschriften

Toelichting

  • Léon Berben, Jan Pieterszoon Sweelinck herdacht
    De Amsterdamse componist en klavierspeler Jan Pieterszoon Sweelinck werd in zijn tijd uitermate gewaardeerd en had een grote invloed op de volgende generatie.
    Rond de uitvoering van zijn klavieroeuvre bestaan er nog vele vragen zoals: voor welk instrument werd iedere compositie geschreven; bestaat er überhaupt een scheiding tussen orgel- en klavecimbelwerken; hoe gaan we om met het feit dat sommige stukken voorzien zijn van versieringen en andere weer niet; wat betekenen de versieringssymbolen, en belangrijk voor organisten: hoe kunnen zijn werken geregistreerd worden?
    Over Sweelinck zelf bezitten we nauwelijks informatie. Er is zelfs geen autograaf van zijn klavierwerken bewaard. Om die reden zijn we afhankelijk van andere, indirecte bronnen. Voor bepaalde aspecten, zoals het aanbrengen van versieringen, is er sprake van een soort Europese praktijk, al dan niet met bepaalde lokale 'dialecten'. Vele bronnen uit verschillende landen en ook uit een ruimer tijdperk geven vaak eenzelfde beeld als het over versieringen en uitvoering gaat.
    Interessant zijn de uit zijn tijd bewaard gebleven registratie-aanwijzingen die vaak een ander beeld geven dan die bij uitvoeringen van vandaag. Zo werd destijds veelvuldig gebruikt gemaakt van registraties met 'gaten', die een zeer gevarieerd, kleurrijk palet bieden.
    Componeerde Sweelinck zijn werken voor een bepaald instrument? En voor wie? Ik denk dat het overgrote deel van zijn werken op elk toetsinstrument kan worden uitgevoerd. Sweelinck schrijft slechts tweemaal pedaalgebruik voor! Aan de andere kant ontbreekt in zijn werk de voor het klavecimbel zo typische 'style luthé'. Zijn eigen orgels hadden een tessituur vanaf FF/F in de bas, maar moderne orgels in Sweelincks omgeving hadden een omvang vanaf C. Dus ook het argument om een compositie op basis van de klavieromvang aan een bepaald instrument toe te wijzen, is niet mogelijk.
    De nagelaten werken van Sweelinck zullen voornamelijk als lesmateriaal bedoeld zijn: exemplarische voorbeelden om weer te geven hoe in een bepaalde vorm gecomponeerd of geïmproviseerd kan worden. Dat maakt de muziek niet minder waard, integendeel!
    Beschrijvingen uit de 16de en 17de eeuw tonen aan dat er op orgels zeker ook wereldlijke muziek werd gespeeld. Bovendien zullen goede en professionele musici geïmproviseerd hebben en is daarmee ook ons beeld van een vast 'Urtext'-orgelrepertoire misschien niet juist.
    Er zullen ongetwijfeld verschillen tussen uitvoerders geweest zijn die al dan niet veel versieringen aanbrachten en vrij met de muziek zijn omgegaan. Ook daarover geven bronnen ons veel leerrijke informatie.
  • Benoît Mernier, Een transcriptie voor orgel en orkest van de Deuxième Choral en si mineur van César Fracnk door Benoît MernierHet idee om de Deuxième Choral van Franck te orkestreren, is ontstaan op uitnodiging van Peter de Caluwe, directeur van de Munt, om een 'stuk voor orgel en orkest van een tiental minuten' te spelen tijdens het openingsconcert van het seizoen van de Munt in Bozar, in september 2020. De gelegenheid was te mooi om waar te zijn! Eindelijk kon ik op papier zetten wat ik me bij het spelen van dat werk altijd inbeeldde …
    De orkestbezetting omvat de houtblazers per twee (met een basklarinet, een Engelse hoorn en een contrafagot), vier hoorns, twee trompetten, twee trombones, een bastuba, vier cymbalen, een symfonisch orgel met drie manualen en pedaal, een strijkkwintet (met twaalf eerste violen, tien tweede violen, acht altviolen, zes cello's en vier contrabassen met vijf snaren), wat neerkomt op ongeveer zestig musici.
    De gekozen orkestrale benadering wil van ditChoral geen Concerto voor orgel maken, maar is eerder de uitdrukking van een persoonlijke interpretatie. In die zin werd een bepaald aantal tempoaanduidingen en voorstellen voor metronoomaanwijzingen toegevoegd, waarbij het orkest in zekere zin het werk kan doen klinken op een nieuwe manier die tegelijkertijd in een traditie verankerd zit. Bepaalde registraties uit de originele uitgave werden eveneens gewijzigd om ze beter met het orkest te kunnen combineren.
    Deze orkestrale bewerking is functioneel, d.w.z. dat ze de vorm en de afgeleide frasering in het originele werk probeert te bepalen. Ze speelt deels op de afwisseling tussen orgel en orkest, waarbij een soort van geluidscontinuum wordt gecreëerd.
  • Bart Wuilmus, Orgels in Neigem en Ninove gerenoveerd
    In de Oost-Vlaamse stad Ninove en de deelgemeente Neigem rondde orgelmaker Jos Moors in 2020 twee renovaties af. De Sint-Margarethakerk te Neigem herbergt hoogstwaarschijnlijk de eersteling van Pieter-Hubertus Anneessens uit 1834. In de voormalige abdijkerk van Ninove vervaardigde Joannes-Baptista Forceville in 1728 een majestueus instrument met overweldigende proporties. Het opzet van beide projecten was het verbeteren van de technische staat en de bijsturing van het klankbeeld.